Met een rugzak lopend een stad verkennen ligt al ver achter me. Ook het openbaar vervoer is onmogelijk geworden voor mij. Om een stad goed door te komen gebruik ik tegenwoordig een elektrisch stepje, de tweewiel variant van de scootmobiel. Licht in gewicht en handig in gebruik. En het mag gratis mee in het vliegtuig. Zo ook voor mijn vakantie naar zuid-Portugal.
Portugal is een mooi land, aardige mensen, maar ik mis er iets; de flair van hun buren, de Spanjaarden. Het zwaaien met hun handen, het nuttigen van een glas wijn en het eten van tapas maakt een Spanjaard compleet. Met Sevilla maar 120km van de grens gooi ik mijn stepje in de huurauto en rij het karakteristieke zuid-Spanje binnen, Andalusië. Om wat geld te besparen boek ik via internet een hostel een bed op een slaapzaal.
Het klinkt allemaal perfect, zou je zeggen. Maar mij kost het heel wat energie om alle onzekere factoren te managen, zonder te veel stress te hebben. Op het vliegveld is het al spannend of er inderdaad een rolstoel komt met assistentie, of het stepje in de huurauto past, of ik ver moet lopen ergens (50 meter is voor mij al max), of het hotel inderdaad zo rolstoelvriendelijk is als ze vermelden. Naar mate je vaker reist begin je vertrouwen te krijgen in je zelf, en dan wordt het steeds leuker.
Zo ook in Sevilla, het is een prachtige dag. Lente. Een geweldige dag voor een landelijke staking.
Winkels dicht (behalve de opportunistische souveniers winkeltjes natuurlijk!) en de straten van de stad zijn gevuld met demonstraties. Ik stuur mijn stepje door de hobbelige smalle straatjes van Sevilla, door de Joodse wijk, langs de Alcazar, richting de beroemde kathedraal. Bij de ingang staat een wat oudere portier, die boos kijkend, temperamentvol met zijn armen staat te zwaaien. Hij wijst naar mij en naar de richting die ik uitkom, terug. Met de step mag ik hier niet komen word mij duidelijk. Glimlachend wijs ik hem op de gehandicapten-sticker op de achterzijde van mijn step. Zijn houding verandert snel, en amicaal geleidt hij me naar de kassa. Ik verwissel de step voor een leen-rolstoel en rol gratis de kathedraal binnen.
De renaissance kunstwerken zijn duizelingwekkend, maar vanuit een rolstoel, kom ik achter, merk je geen duizeling. Lekker leun ik achterover, en bekijk het 40 meter hoge plafond. In de drukke schatkamers rol ik gemeen een beetje op de hakken van de horden toeristen, die schrikkend, achteromkijkend en excuserend opzij springen. In no-time sta ik bij de vitrines. Dat gaat lekker.
In het museum voor moderne kunst leen ik ook een rolstoel, maar rolstoel en toegankelijkheid blijken hier van een ander kaliber. Na een aantal oprijbanen in een oude rolstoel met slappe banden, besluit ik doodvermoeid het laatst stuk terug te lopen, achter de rolstoel. Met opengevallen mond nemen ze de rolstoel weer in, “Jezus was here!”. Dat wordt een sterk verhaal thuis.
De prachtige parken doorkruisend belandt op het eind van de dag in een barretje. De hammen en worsten hangen te drogen boven de toog. Het is druk en ik wacht aan de bar op een vrij tafeltje. Zodra een tafeltje vrij komt pak ik mijn Rioja en het bordje met Iberico ham en spoed me enthousiast richting tafeltje in de hoek, vergetend dat mijn sleepvoet die snelheid niet aan kan. Die blijft op de grond “plakken” waardoor ik bijna val: het wijnglas slaat op de bar en de wijn en ham vliegt door de lucht. Met moeite bereik ik mijn tafeltje, met halfvol glas met afgebroken voet en een leeg bordje. Vanuit de hoek van het cafe bekijk ik de schade. Een ober snelt zich naar mij en naar andere klanten, de nek van een gast wordt afgedroogd met een doek, en het brood en ham van de vloer geraapt. Mijn glas wijn wordt snel vervangen en de tapas ook. Na de welgemeende excuses en een “no problem” duik ik beschaamd achter mijn Sevilla Travel Guide.
Soepel van de wijntjes verlaat ik de bar. De gasten die mijn gratis wijn ontvingen zijn al weg. Aan de poot van het tafeltje hangt nog een een plak gedroogd ham. Ik knik naar de ober. Voortaan zal ik hen hun werk laten doen: uitserveren.
Treok


Toen ik in december 2010 de diagnose ms te horen kreeg, werd ik voor het eerst geconfronteerd met de vraag wat vertel je je kinderen als je ziek bent?